De landmeter kan de positie van tal van zaken nauwkeurig bepalen.
Dit gebeurt in het algemeen coördinatenstelsel voor België, namelijk Lambert 72 (positie) en TAW (hoogte).
Enkele voorbeelden:
Een beëdigd landmeter, gespecialiseerd in GPS-metingen bepaalt de coördinaten van een nieuwe duiventil. Op die manier meet hij de afstand tussen losplaats en duiventil.
Bij archeologisch onderzoek is het noodzakelijk om de exacte positie en de hoogte van elke proefsleuf en/of werkput exact vast te leggen. We kunnen ook archeologische sporen met GPS karteren.
In het kader van een hydronautstudie worden alle putdeksels bovengronds met GPS ingemeten.
Om risicogebieden bij overstromingen in kaart te brengen, in het bijzonder woningen, geven overheden de opdracht de positie en exacte hoogte van dorpels op te meten. De hoogte wordt in zulke gevallen bepaald in het voor België geldende TAW stelsel.